Business<br/>French to Dutch dictionary

Business
French to Dutch dictionary


Bilingual dictionaries  |  English dictionary  |  Encyclopedia |  Links  |  Contact

Look up:

acceptation   aanvaarding
accès   toegang
accord   overeenstemming
accord   akkoord
accusation   [de] aanklacht
achat   aankoop
actif   tegoed
action   [de] aandeel
adhésion   goedkeuring
administration   bestuur
adresse   0
affaire   [de] handel
affaire   [het] bedrijf ; [de] zaak ; [de] organisatie ; [de] firma
affaires   zaken
aide   [de] hulp
alentours   [de] omgeving
amende   boete
analyse   analyse ; analyse
analyste   analist ; analiste
annonce   [de] advertentie ; [de] commercial ; bericht
apprenti   leerling
approbation   toestemming
approvisionnement   voorraad
appui   steun
argent   [het] kleingeld
arrangement   [de] overeenstemming
article   artikel
aspiration   ambitie
assemblée   vergadering
associé   deelgenoot
assurance   [de] verzekering
atelier   werkplaats
attachement   bijlage
attente   verwachting
attention   [de] attentie
autorité   [de] autoriteit
avantage   [het] voordeel
avocat   advocaat
besoin   nodig hebben
billet   [het] bankbiljet
boutique   [de] winkel
brochure   brochure
budget   budget
bureau   [het] kantoor
bureaucratie   bureaucratie
camion   vrachtauto ; vrachtwagen
capacité   capaciteit
capital   [de] hoofdstad
carrière   loopbaan
catalogue   catalogiseren
certificat   attestatie
certification   certificatie
charge   lading
chauffeur   bestuurder
chef   [het] hoofd ; [de] chef
chèque   [de] cheque
chiffre d|affaires   omzet
client   client
collaborateur   vennoot
collègue   collega
commerce   handel
commettant   [de] klant
communication   communicatie
compartiment   compartiment
compensation   compensatie
compétence   vaardigheid
complément   voleinding ; toegift
comptabilité   accountancy
comptabilité   boekhouding
comptable   boekhouder
comptable   boekhouder
compte   [de] zakenrelatie ; rekening
concession   concessie
concurrence   [de] strijd
concurrence   [de] concurrentie
conférence   conferentie
confirmation   ratificatie
congé   [het] verlof
conseil   [de] adviesraad ; [het] raadgevend lichaam
conseil   [de] raad ; [het] advies
conseil   [het] comité
conseiller   raadgever
consommateur   verbruiker
construction   [de] constructie ; structuur
consultation   consultatie
contrainte   beperking
contrat   [het] contract
contribution   [de] belasting
coopération   coöperatie
coopérative   coöperatie
copie   [de] kopie
copie   kopie
corporation   bedrijf ; vennootschap
cours   [het] tarief
cours   [de] cursus
crédit   krediet
crédit   lening
culture   [de] cultuur
date limite   deadline
débutant   beginneling
décision   [de] beslissing ; [het] besluit
déclaration   [de] verklaring
défaut   gebrek
demande   marktbehoefte
demande   [het] verzoek
démission   ontslag
département   [het] departement
désaveu   weigering
destinataire   ontvanger
dette   schuld
diagramme   afbeelding
difficulté   strubbeling
directeur   [de] [de] directeur ; [de] directrice {f}
direction   [het] management ; [de] directie ; administratiekantoor
direction   [de] directie ; [het] management
direction   [de] richting
directive   richtlijn
discordance   onenigheid
disponible   beschikbaar
distribution   distributie
distribution   verdeling
dividende   dividend
droit   [het] recht
droit   belasting
dumping   anti-dumpingrechten
économie   economie
économie   [de] economie
économiste   econoom
employé   kantoorbediende
employé   [de] werker ; [de] arbeider
employeur   werkgever
enseignement   [het] onderwijs ; onderricht
entrepreneur   ondernemer
équipe   [de] ploeg ; [het] team
essor   ontwikkelen
étalage   stalletje
éthique   ethiek
étiquette   etiket
évolution   [de] evolutie
excuse   verontschuldiging ; excuses
excuse   excuus
exemplaire   specimen
exigence   eerste vereiste
expectative   afwachting
expéditeur   verzender
expérience   [de] ervaring
exportateur   exporteur
exportation   export
exportation   export
facture   [de] rekening ; [de] factuur
fardeau   last
fauché   insolvent
feuille de chargement   vrachtbrief
filiale   bijkantoor
foire   markt
fonctionnaire   [de] ambtenaar
fonds de commerce   goodwill
fournisseur   leverancier
frais   [de] kosten
fraude   oplichting
gain   winst
gain   [de] winst ; profijt
garantie   waarborg
gros   groothandel
groupe   groep
hypothèque   hypotheek
importateur   importeur
importation   import
industrie   [de] industrie ; vlijt
inflation   inflatie
insolvabilité   insolventie
inspecteur   inspecteur
interdiction   verbod
intérêt   [de] rente
intermédiaire   bemiddelaar
introduction   inleiding
invention   uitvinding
investissement   investering
investissement   investering
journal   dagboek ; krant
journalier   werkman
kiosque   kiosk
licence   vergunning
limitation   beperking
livraison   aflevering
loi   [de] wet ; recht ; wet , recht
main-d|oeuvre   personeel
maison   [het] bedrijf ; [de] zaak ; [de] organisatie ; [de] firma
marchandise   handelswaar
marchandise   bezittingen
marché   markt
marché   [de] overeenkomst
marché   [de] markt ; [de] marktplaats ; market
marketing   marketing
marque   [het] merk
marque   markering ; aanduiding ; teken
matériau   [het] materieel
message   mededeling
métier   beroep
milieu   [het] gemiddelde
milieu   [de] omgeving ; [het] mileu
monnaie   [het] wisselgeld
monnaie   muntsoort ; munteenheid
moratoire   moratorium
mot   vakterm
mot de passe   wachtwoord
moyenne   gemiddelde
négociation   onderhandeling
négociation   onderhandeling
nom de famille   achternaam ; familienaam
objectif   aanleggen
obligation   verplichting
occupation   [het] werk
oeuvre   werk
offre   aanbod
offre   bod
opération   operatie ; bewerking
ouvrier   arbeider
package   pakket
pacte   pact
paiement   [de] betaling
paquet   [het] pakket
participant   deelnemer
partie prenante   belanghebbende
passif   passiva
pension   pensioen
performance   prestatie
permis   vergunning
permission   toestemming
personnel   [het] personeel
perte   verlies
perte   [het] verlies
placer   investeren
plan   plan
portier   portier
possesseur   [de] bezitter
possession   eigendom
préposé   werknemer
prérogative   voorrecht
présentation   voorstelling
président   voorzitter
prix   [de] kosten
prix   [de] prijs
prix   [de] prijs ; [de] waarde
prix   [de] prijs
problème   kwestie ; strubbeling ; zorg
problème   [het] probleem
procureur   advocaat ; advocate ; raadsman
produit   opbrengst
produit   [het] product
projet   schets
proposition   voorstel
proposition   aanbieding
propriétaire   eigenaar
propriété   [het] eigendom ; [het] bezit
propriété   nalatenschap
provision   voorraad
publicité   reclame
question   [de] vraag ; kwestie
questionnaire   vragenlijst
questionnaire   [het] formulier
rayon   [de] sectie ; [het] gedeelte
réaliser   bereiken
réclamation   klacht
récompense   [de] beloning
reçu   kwitantie
rejet   afwijzing
remise   disconto
remise   korting
rémunération   salaris
rencontre   [de] samenkomst ; [de] bijeenkomst ; samenkomst, bijeenkomst
rendement   opbrengst
rendement   winst
réparation   reparatie
reportage   reportage ; rekenschap
réprobation   afkeuring
reste   [de] rest
revenu   [het] inkomsten
secteur   [het] deel ; deling ; delen
sélection   keuze
service   [de] service
show   0
signature   handtekening
slogan   motto
société   [het] bedrijf ; [de] zaak ; [de] organisatie ; [de] firma
solution   oplossing
sondage   opiniepeiling
souvenir   herinnering
spéculateur   speculant
stagiaire   stagiaire
succès   [het] succes
surtaxe   toeslag
table   [de] tabel
tableau   tabel
tarif   prijs
téléphone   telefoon ; telefoon (de)
téléscripteur   telex
traitement   overhead
transaction   handelen
travail   werk
travail   [het] werk
travail   mankracht
tromperie   bedrog
trust   kartel
usine   [de] fabriek
vacance   [de] vakantie
valeur   waarde
valeur   [de] waarde
vente   [de] verkoop
vocation   roeping
volontaire   vrijwilliger


About this dictionary  |  Privacy policy  |  Terms of use  |  Link to us  |  Contact us
Copyright © 2009, Dicts.info. All rights reserved.